De theoretische proef

Op deze pagina's vindt u meer informatie over de theoretische proef

  1. Wie moet de theoretische proef afleggen ?
  2. Wie mag de theoretische proef afnemen ?
  3. Wie mag deelnemen aan de theoretische proef ?
  4. Hoe verloopt de theoretische proef ?


1. Wie moet de theoretische proef afleggen ?

De theoretische moet worden afgelegd vooraleer de sportschutterslicentie wordt aangevraagd.

Wie al een wapenvergunning heeft voor een wapen van eenzelfde wapencategorie als de wapencategorie waarvoor hij de vergunning aanvraagt, is vrijgesteld van de theoretische proef.

Bijvoorbeeld: Wim is houder van een wapenvergunning voor een pistool. Hij vraagt een sportschutterslicentie aan in wapencategorie B (pistool). Wim is vrijgesteld van de theoretische proef

Palmer heeft is houder van een wapenvergunning voor een tweeloop. Hij vraagt een sportschutterslicentie aan voor een pistool (wapencategorie B). Palmer zal theoretische proef moeten afleggen.

Ook wie al eerder een theoretische proef aflegde bij de federatie, is vrijgesteld als hij later nog een sportschutterslicentie aanvraagt voor een bijkomende wapencategorie (tenzij de wetgeving ondertussen substantieel is gewijzigd).


2. Wie mag de theoretische proef afnemen ?

De theoretische proeven worden afgenomen door de examinatoren die de praktische proef afnemen, of door de bestuursleden van de federatie.


3. Wie mag deelnemen aan de theoretische proef ?

Elk lid dat aangesloten is bij een club mag deelnemen aan de theoretische proef. De deelname aan de theoretische proef is kosteloos.


4.Hoe verloopt de theoretische proef ?

De theoretische proef bestaat uit een meerkeuzevragenlijst die wordt opgesteld door de Federatie (formulieren model VL6/1 tot VL6/25). De Federatie stelt aan de examinatoren verschillende vragenlijsten ter beschikking en kan de vragenlijsten steeds wijzigen zonder hiervan de kandidaten in te lichten. Er mogen geen andere vragenlijsten worden gebruikt.

Klik hier om de volledige vragenlijst te raadplegen waaruit alle gestelde vragen worden gehaald.

De examinatoren mogen de vragenlijsten niet ter beschikking stellen van derden.

Elke vragenlijst bestaat uit 15 vragen met drie of vier keuzemogelijkheden. Het juist beantwoorden van een vraag levert één punt op. Er worden geen punten afgetrokken voor foute of niet ingevulde vragen. De sportschutter beschikt over 20 minuten om het examen af te leggen.

Tijdens de proef mag de sportschutter geen hulpmiddelen of documentatie gebruiken. Het gebruik van wetboeken, zelfs niet-geannoteerde, is niet toegestaan. Er mogen geen communicatiemiddelen, zoals b.v. GSM’s gebruikt worden tijdens het examen. Het is ten strengste verboden hulp te vragen aan anderen.

Elk geval van bedrog wordt bestraft met nul punten. Het vaststellen van fraude dient steeds gemeld te worden aan de Federatie en maakt een overtreding uit van het sportschuttersdecreet, het uitvoeringsbesluit of het interne reglement.

De examinator verbetert de proef en deelt het resultaat mee aan de sportschutter. Als de sportschutter geslaagd is, nl. 60 % heeft behaald, maakt de examinator een attest van slagen op volgens het model VL6.

Indien de kandidaat niet geslaagd is, wordt hem dat door de examinator meegedeeld. De niet-geslaagde kandidaat kan de theoretische proef éénmaal opnieuw afleggen tijdens de geldigheidsduur van zijn voorlopige sportschutterslicentie.

Bijlage: