De praktische proef

Op deze pagina's vindt u alle informatie die nodig is om de praktische proef voor te bereiden

  1. Wie moet de praktische proeven afleggen ?
  2. Wie neemt de praktische proeven af?
  3. Wie mag deelnemen aan de praktische proef ?
  4. Verloop van de praktische proef doelschieten
  5. Verloop van de praktische proef kleischieten categorie C


1. Wie moet de praktische proeven afleggen ?

De aanvrager van een sportschutterslicentie moet één of meerdere praktische proeven afleggen. De praktische proef moet worden afgelegd per wapencategorie. Wie dus b.v. een sportschutterslicentie vraagt voor wapencategorie A (revolvers) en C (schoudervuurwapens met gladde loop) zal twee praktische proeven moeten afleggen:

  • Één praktische proef met een revolver;
  • Één praktische proef met een schoudervuurwapens met gladde loop (b.v. een tweeloop).

Er geldt een vrijstelling voor wie reeds houder is van een wapenvergunning die geldig is in dezelfde wapencategorie als de wapencategorie voor dewelke de sportschutterslicentie wordt aangevraagd.

Voorbeeld: Jules heeft een wapenvergunning voor een pistool. Hij vraagt een sportschutterslicentie voor wapencategorie B (pistolen). Jules zal geen praktische proef moeten afleggen om zijn sportschutterslicentie te behalen.

Mieke heeft geen wapenvergunningen. Zij vraagt een sportschutterslicentie aan in wapencategorie A (revolvers) en B (pistolen). Zij zal nog praktische proeven moeten afleggen.


2. Wie neemt de praktische proeven af?

De praktische proeven worden afgenomen in een door de Federatie opgericht examencentrum. Enkel de examinatoren die door de landelijk coördinator zijn benoemd mogen de praktische proeven afnemen.

De gegevens over de examencentra, alsook de data waarop de proeven doorgaan vindt u hier. U dient zich vooraf in te schrijven bij een examencentrum.


3. Wie mag deelnemen aan de praktische proef ?

Sportschutters die zijn aangesloten bij een federatie mogen deelnemen aan de praktische proef. Dit geldt zowel voor sportschutters die zijn aangesloten bij de federatie die het examen inricht, als voor sportschutters die bij een andere federatie zijn aangesloten. Om redenen van verzekering dient de sportschutter een lidkaart voor te leggen waaruit blijkt dat hij aangesloten is bij een federatie.

Voor het afleggen van de praktische proef kan de sportschutter een wapen voorhanden hebben zonder houder te zijn van vergunning.

De sportschutter die zich wil voorbereiden op de praktische proef, dient een voorlopige sportschutterslicentie aan te vragen.
Een andere mogelijkheid om zich voor te bereiden op de praktische proef is het aanvragen van een attest van de gouverneur ter voorbereiding op de praktische proef.(Uiteraard kan de sportschutter dan niet aan sportschieten doen, aangezien daarvoor minstens een voorlopige licentie nodig is)
Het is echter niet uitgesloten dat een kandidaat die al voldoende vertrouwd is met het wapen waarmee de proef wordt afgelegd (bijvoorbeeld omdat hij vroeger nog houder geweest is van een vergunning) de praktische proef aflegt zonder houder te zijn van een voorlopige sportschutterslicentie.


4. Verloop van de praktische proef

1. Voorleggen van de documenten

De kandidaat dient volgende documenten voor te leggen:

  • Indien hij/zij lid is van een club aangesloten bij een erkende schietsportfederatie
    • Zijn/haar identiteitskaart
    • De aansluitingskaart bij een erkende schietsportfederatie
    • De voorlopige sportschutterslicentie of de sportschutterslicentie (eventueel, is niet noodzakelijk )

  • Indien hij/zij is geen lid van een club aangesloten bij een erkende schietsportfederatie
    • Zijn/haar identiteitskaart
    • Een attest van de verzekering dat het schieten dekt
  • Indien de kandidaat deze documenten niet kan voorleggen, kan hij/zij niet aan de proef deelnemen.

    De proef kan worden afgelegd met een wapen dat ter beschikking is gesteld door een andere schutter of door een schietclub. In voorkomend geval dienen voor het gebruikte wapen de volgende documenten te worden voorgelegd:

    • Indien het wapen behoort aan een fysiek persoon: de identiteitskaart
    • Het document model 9 (model 6) met de sportschutterslicentie of het jachtverlof van de eigenaar van het gebruikte wapen.
    • De vergunning tot het voorhanden hebben van een vergunningsplichtig vuurwapen (model 9 of model 4)

    Indien de kandidaat deze documenten voorzien niet kan voorleggen, kan hij/zij niet aan de proef deelnemen.

    Het wapen waarmee de proef zal afgelegd worden, dient naar en van de schietstand vervoerd te worden volgens de voorwaarden voorzien in de wapenwet. Het wapen wordt slechts uitgepakt in de schietbox.

    Een van de examinatoren zal nakijken of het serienummer van het gebruikte wapen overeenstemt met het serienummer zoals vermeld op de documenten van het wapen.

    Voor het afleggen van de schietproef wordt een administratieve bijdrage gevraagd van 10 euro, ongeacht het aantal proeven dat op dezelfde dag wordt afgelegd. Deze vergoeding wordt betaald bij het inschrijven.

    2. De schietproef

    Algemeen

    De kandidaat-sportschutter moet bewijzen dat hij in staat is om de volgende handelingen veilig te verrichten:

    • laden, ontladen en ontwapenen van het wapen;
    • schieten met het wapen;
    • beperkt demonteren van een wapen uit de betreffende wapencategorie voor zover als nodig voor het gewone onderhoud van het vuurwapen waarbij geen gereedschappen gebruikt moeten worden (gewoonlijk velduiteenname genoemd);
    • dragen, hanteren en gebruiken in een schietstand van een wapen uit de betreffende wapencategorie;
    • gebruiken van de richtapparatuur;
    • beheersen van de schietrichting en de terugslag.

    De examinator gaat na of tijdens het examen de handelingen veilig worden uitgevoerd. Een handeling wordt onveilig uitgevoerd, als ze in strijd is met de veiligheids-voorschriften die gelden op de stand. Ten allen tijde moeten de volgende minimale veiligheidsvoorwaarden in acht worden genomen:

    • de loop moet steeds in de richting van de doelen gericht zijn;
    • het wapen mag enkel worden neergelegd als het zichtbaar ontladen is;
    • de trekker mag enkel worden aangeraakt tijdens het mikken op de doelen;
    • bij het zich verplaatsen met het wapen moet de loop altijd in een veilige richting zijn, en moet het wapen zichtbaar ontladen zijn;
    • bij een storing dient de sportschutter het wapen gedurende minstens 30 seconden in de richting van de doelen te houden. Daarna moet het wapen worden ontladen. Er dient steeds te worden nagekeken of er zich geen projectiel in de loop bevindt;
    • bij het geven van een alarmsignaal moet de sportschutter het wapen onmiddellijk ontladen, op een veilige manier neerleggen en zich opstellen op minstens 2 meter van de schietlijn. Onder geen enkel voorwendsel mag nog enig vuurwapen worden aangeraakt zolang het alarmsignaal niet is opgegeven.

    De schietproef laat de beoordeling van de schutter toe en bestaat uit:

    a. Het uitpakken van het wapen.

    Aandachtspunten:

      Het wapen mag enkel worden neergelegd als het op een zichtbare manier ontladen is. (schuif of trommel open – voor jachtwapens: gebroken)
  • De loop van het wapen dient in de richting van de doelen gericht te zijn.

b. Het schieten van een reeks van vijf patronen met één of twee handensteun (naar keuze van de schutter) op 25 m. Tijdens het verloop van deze reeks wordt de veiligheidsvoorziening in werking gesteld en dient de schutter hierop te reageren. Indien er geen visuele of auditieve veiligheidsvoorziening aanwezig is wordt een alternatief afgesproken tussen de hoofdexaminator en de schutter. Op aangeven van de examinator wordt de resterende munitie verschoten.

c. Het schieten van een reeks van tweemaal vijf patronen met één hand op 25 m, herladen inbegrepen.

  • Bevel van de examinator: is de schutter klaar ? – vullen met 5 patronen – laden en maak u klaar – vuur.
  • De loop van het wapen moet gedurende de ganse oefening in de richting van de doelen gericht blijven.
  • Nazicht door de examinator van het gebruik van de richtmiddelen en de beheersing van de schietrichting en de terugslag
  • 70 % van de kogels dienen de kaart te raken, alle kogels dienen minstens in de schietzone (kogelvanger) terecht te komen.
  • Er worden geen bevelen gegeven tussen de twee reeksen van vijf patronen. De kandidaat dient zelf te ontwapenen, te ontladen, te laden en verder te vuren.
  • Het wapen mag enkel neergelegd worden als het zichtbaar ontladen is.
  • Bij de inwerkingtreding van de alarmvoorziening (of op aangeven van de simulering ervan) dient de kandidaat:
    • Onmiddellijk het vuren te stoppen.
    • De wijsvinger uit de trekkerbeugel te verwijderen
    • Het wapen te ontwapenen
    • Het wapen te ontladen
    • Het wapen pas neer te leggen als het zichtbaar ontladen is, dwz. patronen uit de trommel of patronen uit de patroonhouder of patronen uit de kamer.verwijderen
    • Het wapen neer te leggen met de loop in de richting van de doelen.

d. De velduiteenname. Gaat door in de schietbox

De velduiteenname is beperkt tot het demonteren van het wapen - met het oog op het onderhoud - zonder gebruik te maken van hulpstukken. Deze handeling gebeurt in de schietbox nadat de veiligheidshandelingen zijn uitgevoerd.

Daar voor het demonteren van de meeste wapens hulpstukken nodig zijn (een inbussleutel of een schroevendraaier) zal dit onderdeel zich meestal beperken tot de mondelinge uiteenzetting over hoe men het wapen verder demonteert.

Voor sommige zal het echter nodig zijn de schuif te demonteren en de loop en voortbrengveer van elkaar te scheiden. Bij een jachtwapen bestaat in veel gevallen de mogelijkheid het voorhout van het wapen te scheiden en de lopen van de kolf af te nemen.

e. Het opbergen van het wapen.

f. Incidenten

De examinator zal de schietproef onmiddellijk stopzetten als de schutter

  • De bevelen van de examinator negeert
  • Buiten de schietzone schiet (wand, zoldering, vloer, tafel)
  • Verder blijft schieten na het inwerkingtreden van de alarmvoorziening of van de afgesproken simulatie

De schutter wordt in voorkomend geval genoteerd als “niet geslaagd”

g. Attest van slagen

Na het beëindigen van de schietproef wordt aan de kandidaat een attest van slagen of een attest van niet-slagen overhandigd.


5. Verloop van de praktische proef kleischieten categorie C

De praktische proef moet afgelegd worden op een schietstand.

De kandidaat begeeft zich met een gebroken en ongeladen wapen naar de plaats waar de proef wordt afgenomen en brengt 4 patronen mee.

De examinator wijst hem de schietrichting aan en vraagt de kandidaat zijn wapen te laden met 2 patronen.

Voor de kandidaat het wapen laadt kijkt hij door de lopen om te zien of er geen obstructies zijn en houdt bij het laden de lopen steeds in de schietrichting. .

De examinator vraagt de kandidaat het wapen te sluiten.

De lopen wijzen nog steeds in de schietrichting en de kandidaat houdt de vinger weg van de trekker. .

De kandidaat wordt verzocht om 4 patronen af te vuren en onmiddellijk nadien het wapen te ontladen.

Hierbij wordt nagegaan of de kandidaat in staat is om in de schietrichting te vuren en de terugslag van het wapen aankan. Nadien opent de kandidaat onmiddellijk het wapen en verwijdert de nog niet gebruikte patroon. De ganse tijd wijzen de lopen in de schietrichting. .

Dan wordt aan de kandidaat gevraagd om het wapen te demonteren.

Het voorhout moet verwijderd worden en de lopen losgemaakt van de bascule. .

En het wapen terug te monteren.

De lopen moeten in de schietrichting gehouden worden, het wapen terug gemonteerd en onmiddellijk gebroken. .

Indien dit allemaal goed en veilig verlopen is, is de kandidaat geslaagd.